[273]

Schetsen uit den Kaukasus.1

Het klooster Tsjamashmedi.

Het klooster Tsjamashmedi.

I

Van mijn uitstapje naar de kust te Tiflis teruggekeerd, was ik daar nauwelijks aangekomen, toen ik de uitnoodiging ontvingvan den bestuurder van het district Oezoergheti, een Armeniër met wien ik vroeger kennis gemaakt had, om in gezelschap vanzijne echtgenoote, een tochtje naar Goerië te maken. Ik nam dus nogmaals plaats in den spoortrein van Poti, om aan het stationSamtredi uit te stappen. Ongelukkig was de tarantasse van mijn gastheer bij den wagenmaker om gerepareerd te worden; met vele verontschuldigingen, kon hij mij niets anders aanbiedendat een zeer ter kwader name staand rijtuig, eene pérékladnaja. Wie in het binnenland reizen wil, moet wel van dit rijtuig gebruik maken. Het woord rijtuig moet evenwel in beperkten zinworden opgevat. De perekladnaja is niets anders dan een bak op vier wielen, met een dwarsplank van voren, waarop de koetsierplaats neemt. Als de reiziger zitten wil, dan kan hij dit op zijn bagage doen, die behoorlijk vastgesjord en met een mantel,boerka genoemd, overdekt wordt. Dit voertuig, waarin men, door het onophoudelijke horten en schokken, letterlijk heen en weer geslingerdwordt, en niet dan met kunst- en vliegwerk zijn evenwicht kan bewaren, is bespannen met drie paarden, waarvan het middelsteeen bel om den hals draagt. Niettemin kan niet ieder zich zoo maar het genoegen gunnen van een rit in eene perekladnaja: daartoeis eene officieele vergunning noodig, in den vorm van eene podorojna of reispas, die u het recht geeft aan de posthuizen van paarden te wisselen en die voor drie maanden geldig is. Zulk eenpas kost ongeveer een roebel. Voor de perekladnaja zelve betaalt ge drie kopeken per werst voor elk paard. Wanneer men meteene zoogenaamde gouvernementspas reist, bedragen de kosten minder: men betaalt dan geen tolgeld en ook geene vergoeding voorhet insmeeren der wielen. [274]Aan elk posthuis wordt de bagage afgeladen, en krijgt men niet alleen versche paarden, maar ook een ander rijtuig: ook hierechter is niet elke verandering eene verbetering.

Ik heb reeds vroeger meermalen van de posthuizen en hunne inrichting gesproken: het is dus niet noodig, nu nog eene beschrijvingte geven van het poststation van Samtredi, dat niet beter of slechter was dan de anderen, en waar wij den nacht doorbrachten.Dit station is het tweede aan de lijn van Poti naar Tiflis, na dat van Novo-Senaki. Het vlek zelf behoort tot Mingrelië. Opeenige wersten afstands ligt Orpiri, dat men langs een goeden straatweg bereikt. Den volgenden morgen vroeg vertrokken wijvan Samtredi naar Orpiri, waar ik niet verzuimde een bezoek te brengen aan de voornaamste hoofden van de sekte der Skoptzis,die daar gevestigd zijn. Orpiri aan de Rion gelegen, is, zoo als men weet, een der plaatsen geweest, waarheen deze sektarissenwerden verbannen. De achtergeblevenen maken een allertreurigsten indruk; hunne doffe oogen, hun zwakke stem, hun trage slependegang vormen een zonderling contrast met het voorkomen van de krachtige schoone Mingreliërs, in wier midden zij leven en onderwie zij nooit proselieten hebben kunnen maken. Deze Skoptzis, voor het meerendeel grijsaards en oude vrouwen, eten geen vleesch,maar voeden zich met visch. Voor den aanleg van den spoorweg, toen men om het binnenland van Mingrelië te bezoeken, gebruikmoest maken

...

BU KİTABI OKUMAK İÇİN ÜYE OLUN VEYA GİRİŞ YAPIN!


Sitemize Üyelik ÜCRETSİZDİR!