G E K K E N


EERSTE GEDEELTE
I.
II.
III.
TWEEDE GEDEELTE
IV.
V.
VI.
VII.
Voetnoten
Transcriber's notes


JAC. VAN LOOY


G E K K E N

TWEEDE DRUK



AMSTERDAM / S. L. VAN LOOY / MCMXVI

Boek- en Kunstdrukkerij G. J. van Amerongen—Amersfoort


EERSTE GEDEELTE


I.

Johan had zijn tasch met teekengerij over den schoudergehangen, zijn stoeltje tusschen de riemen geschoven en zooging hij door de poortgang uit van het Hôtel-Central, waarhij logeerde. 't Was later geworden dan hij had gedacht, hijhad eerst goed willen ontbijten,—dan was 't niet noodiggeweest, had hij met zich zelven geredeneerd, aan zijn maagte denken vóór 't klokje van half zeven, het uur van de tabled'hôte.—Toen was Sarah de meid hem een brief komenbrengen, gisteren had hij zijn adres opgegeven bij de Engelschepost.... pour mesjeu.... had ze gelispeld uit haar mond metgebroken tanden; van onder den gelen foulard, dien ze alseen muts om haar oud voorhoofd hield gespannen en die om haarnek afhing, had haar verlept moedergezicht eventjes vriendelijkgelachen, of 't haar schelen kon, dat ze wat aangenaams tegeven had gehad. En hij was gaan zitten lezen, onderwijletend en van zijn chocolade drinkend, middenin voor de tafel, dieal heelemaal klaar was voor het tweede ontbijt, met wachtendecouverten, met voor elk couvert een wachtenden stoel.

Rustigjes was hij nog wat blijven zitten, alleen in het eetzaaltje,dat zoo aardig in de binnenplaats tusschen de vierwanden was gemaakt, nu ja, matten, aangehecht tegen dekolommen welke den bovenbouw droegen. Dat scheen elkoogenblik te kunnen worden opgebroken, je zat er zoo echtop reis.... Zware kapiteelen, zeegroen geverfd en primitief-Moorschvan vorm als in de mooie moskee van Cordoba,stolpten plomp boven de gevlochten wanden uit. Dan wasde tafel zoo aangenaam helder met zijn blank laken à l'anglaisegedekt, groene planten prijkten bij gebrek aan bloemen,'t was winter, tusschen de glinsterende tafelstellen en deflikkerende karaffen, waarin het water gelend schommelde,zoodra hij zijn armen maar even verlei. Als verdwaald leekheel die nieuwerwetsche disch wel in het oude Moorschehuis. Achter hem in een hoek was, éénig sieraad van hetzaaltje, een groote koperen schotel, Moorsch maaksel, volmetaalglimmers op het buitensporig ornament, te pronk gezetop een ruw houten sokkel, die met roode en groene lint-arabeskenop een oker-gelen grond en met dwaze draak-figurenonhandig was beklad. Voor zijn oogen een deurtjein de mat gemaakt. En boven zijn hoofd als het doorhangenddak van een ambulante tent was 't zeil over de ruimte vanhet patio gespannen, vastgesjord aan ringen in de architraaf,dat 't zaaltje bedonkerde, maar tusschen de spanbochten dertouwen door, nog naar den lichten hemel kijken liet.

Ongestoord had hij kunne

...

BU KİTABI OKUMAK İÇİN ÜYE OLUN VEYA GİRİŞ YAPIN!


Sitemize Üyelik ÜCRETSİZDİR!