scar Fingal O'Flahertie Wills Wilde (1854-1900), de befaamde schrijver van den roman "The Picture of Dorian Gray", van verscheidene bundels sprookjes, essays, gedichten, van "Salomé", van vier blijspelen wier vertooningen niet ophielden volle schouwburgen in Londen te trekken, werd den 25en Mei 1895 veroordeeld tot twee jaar tuchthuisstraf. Zijn veroordeeling, om misdrijf tegen de zeden, was een onmiddellijk gevolg van zijn eigen aanklacht wegens laster tegen den Markies van Queensberry, den vader van Lord Alfred Douglas, Wilde's jongen, door hem verafgoden vriend. De veroordeelde onderging zijn straf in de gevangenis te Wandsworth en daarna in die te Reading, en het is in den allerlaatsten tijd van zijn verblijf hier, toen men hem toestond te schrijven wanneer en zoo lang als hij verkoos, dat "de Profundis" ontstaan is. De titel is niet van hem, maar van zijn literairen boedelredder, den Heer Robert Ross. Wilde zelf spreekt in een zijner brieven van het geschrift als: "Epistola in carcere et vinculis".
In Mei 1897 vrijgekomen, vestigde hij zich onder den schuilnaam Sebastian Melmoth