Bladzijde 209

Een kijkje op de Tentoonstelling te Milaan

De hoofdingang van de tentoonstelling te Milaan.

De hoofdingang van de tentoonstelling te Milaan.

Settimana di gloria!—Wie had vóór eenige weken, toen de geweldenaar aan de golf van Napels dood en verschrikking bracht over het land; toen deNatuur, die Italië zoo mild heeft bedacht, die er zoo veel in schoonheid heeft hersteld en geheeld, wat door den Tijd wasgetroffen, met wreede hand in weinige uren in een woestenij verkeerde de velden en gaarden die de menschen door jarenlangennoesten arbeid in het zweet huns aanschijns tot vruchtbare landouwen hadden weten te maken; toen 1906 óók voor Italië eenrampjaar dreigde te worden,... wie had toen durven denken, dat zóó kort daarop in datzelfde land een week van glorie zou aanbrekenals inzet van een jubelfeest ter eere van de overwinning van den mensch op de natuur!?

Maar Italië is altijd het land van scherpe contrasten en snelle overgangen geweest, en geen natie ter wereld die zich zoospoedig over leed en ellende heenzet als dit lachende volk onder zijn lachenden hemel!

En zóó kwam het, dat, terwijl in het zuiden van het land de nood- en doodsklokken nog luidden en rouwwaden werden gespreidin kerken en huizen, in het noorden al weêr de beiaard jubelklanken deed trillen door de lucht en het rood-wit-groen met hetwitte kruis van Savoye werd ontplooid ten teeken van nationale vreugde.

Ginds de mensch stil, nietig, verslagen, machteloos tegenover de vreeselijke, ontembare werking der natuurkrachten; hier detrotsche overwinnaar, zich van zijn genie en heerschappij over de stof bewust, met bazuingeschal de gansche wereld toegalmend:Milano a nome d’Italia chiama le genti Bladzijde 210a le pacifiche gare del lavore; “Milaan roept in naam van Italië de volkeren op tot den vreedzamen wedstrijd van den arbeid”.

Wèl mocht Milaan die eer voor zich opeischen!

Want meer dan in eenige andere stad van Italië treden in deze metropolis de mensch en das Gebild der Menschenhand op den voorgrond. En altijd zal den reiziger die van over de Alpen Italië binnenkomt treffen de tegenstelling tusschen degewijde stilte en de majesteit van het hooggebergte, waar de Natuur heerschappij voert en de wufte, wereldsche drukte, inhaerentaan den eeredienst van den mensch, in de stad, waar alle groote volkerenstraten, die Noord en Zuid verbinden, hun eindpuntvinden.

In Milaan klopt het hart van het herboren Italië; noemde Plinius de stad, waarover Cicero, de groote redenaar, eens als stedehouderregeerde, reeds “het nieuwe Athene”, thans mag zij de geestelijke en zedelijke hoofdstad van Italië genoemd worden. Na deoverwinning der Fransch-Piëmontsche wapenen op de Oostenrijkers bij Magenta in 1859—vereeuwigd in het prachtige ruiterstandbeeldop het reusachtige Domplein, een der schoonste van Europa, dat Victor Emanuel II voorstelt midden in het gevecht, zijn paardinhoudend om bevelen uit te deelen—heeft de stad, bevrijd van het vreemde juk, zich snel ontwikkeld tot een centrum van handelen nijverheid.

Milaan is de werkstad van Italië; drie machtige bondgenooten hebben haar daarbij geholpen om de positie te veroveren, die zij thans onder deeerste steden van het Apenijnsche schiereiland inneemt. Deze “triple alliantie”

...

BU KİTABI OKUMAK İÇİN ÜYE OLUN VEYA GİRİŞ YAPIN!


Sitemize Üyelik ÜCRETSİZDİR!